NEN-normen en wetgeving brandveiligheid uitgelegd

NEN-normen en wetgeving brandveiligheid uitgelegd

Is jouw brandveiligheid goed geregeld?

Je wilt wil als eigenaar of beheerder van een gebouw natuurlijk dat de brandveiligheid goed geregeld is. Voor de mensen in het pand, maar ook zodat je voldoet aan alle wet- en regelgeving. Vanuit het Bouwbesluit* en de bijbehorende NEN-normen gelden er verschillende eisen voor brandmeldinstallaties (BMI) en ontruimingsalarminstallaties (OAI). Hieronder leggen we de belangrijkste regelgeving rondom brandveiligheid helder en praktisch uit.

Allereerst: wat zijn NEN-normen?

NEN staat voor het Nederlands Normalisatie Instituut. Een NEN-norm is een document ontwikkelt door dit instituut, met afspraken en technische eisen over hoe een product, installatie, dienst of werkproces veilig, betrouwbaar en kwalitatief goed moet worden uitgevoerd.

De normen worden opgesteld door commissies met deskundigen, bedrijven, overheden en andere belanghebbenden, en vervolgens uitgebracht door de NEN. Vanuit het bouwbesluit wordt verwezen naar een aantal NEN-normen die worden gezien als de voorgeschreven wijze om de branddetectie en ontruiming te organiseren binnen een bouwwerk.

NEN-normen en wetgeving brandveiligheid uitgelegd

NEN 2535

In het bouwbesluit wordt middels bijlage II bepaald of een BMI noodzakelijk is en aan welke “bewakingsomvang” deze moet voldoen. Indien men een BMI moet hebben, dan moet men ook een OAI hebben. De NEN 2535 gaat over systeemeisen, kwaliteitseisen en projectie richtlijnen. Iets eenvoudiger uitgelegd staat er in de NEN 2535 dat de producten die gebruikt worden keurmerken moeten hebben, de aanleg van de kabels en buizen extra regels krijgen, waar je welk component moet plaatsen volgens de geëiste “bewakingsomvang”, welke prestaties de installatie moet leveren en hoe de documentatie hiervan eruit moet komen te zien.

Dit totale pakket aan regels wordt op ieder object regel voor regel gecontroleerd, voorbereid en vervolgens zo aangelegd en in werking gesteld. De vereiste documentatie legt dit vast en wordt bij oplevering vervolgens overgedragen aan de eigenaar of gebruiker van het pand, zodat deze kan inzien “dit is hoe mijn branddetectie is bedacht, aangelegd, opgeleverd en uitgetest”.

NEN2575 deel 1 t/m 5

Al het voorgaande wat is omschreven voor de BMI, is volledig hetzelfde voor de OAI. Dan vraag je je misschien af, waarom zijn voor de OAI dan vijf delen? Dat komt omdat er twee verschillende manieren zijn om te ontruimen, stil en luid, en deze twee manieren  verschillende soorten systemen zijn. Bij luid is dat middels een slow whoop toon of middels gesproken woord, en bij stil is dat middels een personenzoeksysteem (piepers) of middels attentiepanelen.

Deel één is het algemene deel en wordt altijd gecombineerd met één van de opvolgende delen waarin de vier verschillende installaties allen apart zijn omschreven. Welk deel van toepassing is, kan met terugvinden in deel één. De delen twee tot en met vijf, zijn de vier verschillende ontruimingsalarminstallaties welke kunnen worden toegepast.

Controle, beheer en onderhoud aan de brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties: hoe zit het nu precies?

Naast de NEN 2535 en de NEN 2575 deel 1 t/m 5, zijn er nog twee andere NEN-normen die een grote rol spelen bij de BMI en de OAI. Wanneer een gebouw volgens het bouwbesluit verplicht is om een BMI of OAI te hebben, stopt het namelijk niet zodra de aanleg gereed is.

De NEN 2654-1 gaat over het beheer, de controle en het onderhoud van de BMI. De NEN 2654-2 is wederom identiek aan de eisen voor de BMI, alleen dan voor de OAI. Let op: in de onderhoudsnorm voor de OAI zijn alle vier de typen installaties samengevoegd tot één en dezelfde werkwijze.

Wat houdt dat nu in, het beheren, controleren en onderhouden van deze installaties? Vaak denkt men enkel aan het jaarlijks testen van de installatie. Deze NEN-normen omvatten veel meer dan dat. Zo is het beheer en de dagelijkse bediening geregeld, het uitvoeren van de maandelijkse controles, de verantwoordelijkheden met betrekking tot het invullen van het logboek en de wijze waarop gedocumenteerd dient te worden.

Eén van de allerbelangrijkste zaken is het controleren van de documentatie ten opzichte van de werkelijkheid. Zijn er wijzigingen in het gebruik van een ruimte, is er een bouwkundige wijziging, zijn twee van de, maar niet de enige, zaken waarop bij ieder deel van het pand op moet worden gelet. Dit wordt gedaan bij het jaarlijks onderhoud en bij de 4 en 8 maandelijkse controle.

De impact van het goed inregelen van het beheer, de periodieke controles en het jaarlijks onderhoud van de installatie moet niet worden onderschat. Een installatie die technisch in perfecte staat is, kan na een kleine verbouwing al grote gevolgen hebben voor de detectie en de ontruiming. Discrepanties die met goed beheer kunnen worden ondervangen.

beheer van je brandmeldinstallatie

Gecertificeerd werken geeft rust

Binnen het bouwbesluit is er de ruimte dat iedereen een installatie mag aanleggen, programmeren en onderhouden, mits men maar voldoet aan de wet en regelgeving. Alleen de complexiteit aan regels zorgen ervoor dat dit bij brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties voor een leek eigenlijk niet te doen is. En precies daar helpen we bij. Jij hoeft je niet in alle regels te verdiepen, want wij zorgen ervoor dat alles goed geregeld is.

Je wil gewoon kunnen vertrouwen op je installatie én op de partij die eraan werkt. Daarom zijn wij gecertificeerd voor het onderhoud aan zowel de brandmeldinstallaties als de ontruimingsalarminstallaties.

Bekijk onze certificeringen en erkenningen

NEN-normen en wetgeving brandveiligheid uitgelegd

Hulp nodig?

Ons team van branddetectieprofessionals helpt je graag met alles rondom BMI en OAI. Van het opstellen van Programma van Eisen tot het verhelpen van een melderstoring, voor het maken van een projectie bij een verbouwing of voor het terugkerende jaarlijks onderhoud. Bij ons kun je met alle vragen terecht. Praktisch, begrijpelijk en slagvaardig.

Contact opnemen

Veelgestelde vragen over NEN-normen en wetgeving brandveiligheid

Dat hangt af van de gebruiksfunctie, de hoogte van de hoogste vloer en het aantal vierkante meters van het pand. De eisen staan in bijlage II van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

Dat is afhankelijk van de situatie. Er is sprake van een van rechtens verkregen niveau en er is sprake van een gedoogbeleid met betrekking tot ontruimingsalarminstallaties. Echter bij een verbouwing, functiewijziging of inspectie kan blijken dat een bestaande installatie niet meer aansluit op de actuele situatie of regelgeving. Ook veranderingen in ruimtes, gebruik of bezetting kunnen invloed hebben op de werking van de branddetectie. De vraag is dusdanig situationeel gericht, dat dit per project door moet worden beoordeeld.

We kunnen je helpen bij het beoordelen van bestaande installaties en adviseren over je projectie om weer te voldoen aan de actuele normen en eisen.

Een brandmeldinstallatie blijft alleen betrouwbaar wanneer controles, testen en registraties regelmatig worden uitgevoerd. Daarom zijn beheerderstaken volgens de NEN 2654 verplicht voor alle gebouwen die een brandmeldinstallatie of ontruimingsalarminstallatie hebben. Denk aan het controleren van meldingen, het bijhouden van het logboek en het signaleren van afwijkingen of storingen.
 

Geen tijd of kennis in huis? Besteed het beheer uit of volg één van onze beheerderscursussen.

De wetgeving bepaalt wanneer maatregelen verplicht zijn. NEN-normen beschrijven op welke wijze men aan deze wetgeving kan voldoen.

De belangrijkste normen zijn:

  • NEN 2535: Deze beschrijft hoe brandmeldinstallaties ontworpen en aangelegd moeten worden.
  • NEN 2654-1: Deze norm beschrijft hoe brandmeldinstallaties beheerd, gecontroleerd en onderhouden moeten worden.
  • NEN 2575-1 t/m 5: Deze beschrijft hoe ontruimingsalarminstallaties ontworpen en aangelegd moeten worden.
  • NEN 2654-2: Deze norm richt zich op het beheer, de controle en het onderhoud van ontruimingsalarminstallaties.

* De correcte term is Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), maar in de volksmond en in zoektermen noemt men dit nog steeds “Bouwbesluit”. De tekst is moet vindbaar zijn voor zowel de brandveiligheidsexperts als de belanghebbenden met een andere achtergrond. Zodoende kiezen wij ervoor om voor de vindbaarheid de term “Bouwbesluit” te blijven gebruiken, ondanks dat dit de oude benaming is.