Controle, beheer en onderhoud aan de brandmeld- en ontruimingsalarminstallaties: hoe zit het nu precies?
Naast de NEN 2535 en de NEN 2575 deel 1 t/m 5, zijn er nog twee andere NEN-normen die een grote rol spelen bij de BMI en de OAI. Wanneer een gebouw volgens het bouwbesluit verplicht is om een BMI of OAI te hebben, stopt het namelijk niet zodra de aanleg gereed is.
De NEN 2654-1 gaat over het beheer, de controle en het onderhoud van de BMI. De NEN 2654-2 is wederom identiek aan de eisen voor de BMI, alleen dan voor de OAI. Let op: in de onderhoudsnorm voor de OAI zijn alle vier de typen installaties samengevoegd tot één en dezelfde werkwijze.
Wat houdt dat nu in, het beheren, controleren en onderhouden van deze installaties? Vaak denkt men enkel aan het jaarlijks testen van de installatie. Deze NEN-normen omvatten veel meer dan dat. Zo is het beheer en de dagelijkse bediening geregeld, het uitvoeren van de maandelijkse controles, de verantwoordelijkheden met betrekking tot het invullen van het logboek en de wijze waarop gedocumenteerd dient te worden.
Eén van de allerbelangrijkste zaken is het controleren van de documentatie ten opzichte van de werkelijkheid. Zijn er wijzigingen in het gebruik van een ruimte, is er een bouwkundige wijziging, zijn twee van de, maar niet de enige, zaken waarop bij ieder deel van het pand op moet worden gelet. Dit wordt gedaan bij het jaarlijks onderhoud en bij de 4 en 8 maandelijkse controle.
De impact van het goed inregelen van het beheer, de periodieke controles en het jaarlijks onderhoud van de installatie moet niet worden onderschat. Een installatie die technisch in perfecte staat is, kan na een kleine verbouwing al grote gevolgen hebben voor de detectie en de ontruiming. Discrepanties die met goed beheer kunnen worden ondervangen.
beheer van je brandmeldinstallatie